Eigen restaurant beginnen: dit zijn de echte opstartkosten
De kosten om een eigen restaurant te beginnen liggen gemiddeld tussen de €100.000 en €300.000. Dat is een breed bereik, en dat klopt: wat jij uiteindelijk betaalt, hangt af van de locatie, het type restaurant, de staat van het pand en de keuzes die je maakt bij inrichting en apparatuur. Hieronder zie je precies waar dat geld naartoe gaat.
Overzicht van de opstartkosten eigen restaurant beginnen
De meeste startende restauranthouders onderschatten de totale investering. Niet omdat ze slecht rekenen, maar omdat een deel van de kosten pas opdoemt als je er al middenin zit. Dit zijn de voornaamste kostenposten:
- Huurwaarborgsom en eerste huurmaanden: verhuurders vragen vaak twee tot drie maanden huur vooruit als borg. Bij een horecapand van €2.500 per maand betekent dat al snel €5.000 tot €7.500 weg vóór je ook maar één gast hebt ontvangen.
- Verbouwing en aanpassing van het pand: dit is doorgaans de grootste kostenpost. Keukenindeling, vloeren, sanitair, ventilatie en brandveiligheidsvoorzieningen kunnen oplopen van €20.000 voor een kleine aanpassing tot €100.000 of meer bij een volledig leeg pand.
- Professionele keukenapparatuur: een gastronomische oven, koelcellen, friteuses, een professioneel koffieapparaat en afzuiging. Reken voor een basisuitrusting op €15.000 tot €50.000, afhankelijk van het type keuken.
- Inrichting en meubilair: tafels, stoelen, bar, verlichting en decoratie. Een eenvoudige inrichting begint rond €10.000; een designrestaurant kan hier een veelvoud aan kwijt zijn.
- Vergunningen en leges: denk aan een drank- en horecavergunning, omgevingsvergunning bij verbouwing en eventueel een exploitatievergunning van de gemeente. Samen al snel enkele duizenden euro’s, plus de tijd die het kost.
- Kassasysteem en software: een moderne kassa met bestellingssysteem, tafelbeheer en koppeling naar de boekhouding kost naar schatting €1.500 tot €5.000 bij aanschaf, aangevuld met een maandelijkse abonnementsvergoeding.
- Beginvoorraad en inkoop: voorraden drank, basisingredënten en verbruiksartikelen voor de openingsperiode. Reken op €3.000 tot €8.000 afhankelijk van de menugrootte.
- Marketing en uitstraling: een website, logo, menukaarten, social media en eventueel een openingsactie. Budget hiervoor minstens €2.000 tot €5.000 voor een serieuze lancering.
- Werkkapitaal: dit vergeten veel starters. Je hebt geld nodig voor de eerste maanden waarin de inkomsten nog laag zijn maar de vaste lasten al lopen. Plan minimaal drie maanden aan vaste kosten (huur, personeel, verzekeringen) als buffer.
Waarom zo weinig ondernemers dit zelf financieren
Omdat de meeste mensen niet €100.000 tot €300.000 op een spaarrekening hebben staan, wordt een groot deel van de opstartkosten gefinancierd via een banklening, de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) of een combinatie van eigen geld en vreemd vermogen. Sommige starters beginnen kleiner: een snackbar, een foodtruck of een lunchroom heeft aanzienlijk lagere opstartkosten dan een volwaardig avondrestaurant.
Een investeerder of stille vennoot meenemen is een andere route, maar dat heeft gevolgen voor de zeggenschap. Denk goed na over de verhouding tussen eigen inbreng en lening: hoe meer eigen geld, hoe lager de maandelijkse financieringslasten en hoe groter je overlevingskans in het eerste jaar.
Rekenvoorbeeld: een klein eetcafé opstarten
Stel: je huurt een pand voor €2.000 per maand en richt een eetcafé in voor veertig couverts. Dan ziet een globale kostenraming er zo uit:
| Kostenpost | Geschatte kosten (2026) |
|---|---|
| Huurwaarborgsom (3 maanden) | €6.000 |
| Verbouwing en aanpassing | €30.000 |
| Keukenapparatuur | €20.000 |
| Inrichting en meubilair | €15.000 |
| Vergunningen | €2.000 |
| Kassasysteem | €2.500 |
| Beginvoorraad | €4.000 |
| Marketing en lancering | €3.000 |
| Werkkapitaal (3 maanden) | €20.000 |
| Totaal (schatting) | circa €102.500 |
Dit is een sobere variant. Kies je voor een mooiere locatie, een grotere keuken of een uitgebreidere inrichting, dan schiet je al snel richting de €200.000 of meer.
Kosten die starters vaak vergeten
Naast de voor de hand liggende posten zijn er kosten die pas later opduiken maar al bij de start gemaakt worden. Denk aan de notariskosten als je een bedrijf overneemt, de kosten voor een brand- en aansprakelijkheidsverzekering (die al loopt vóór de opening), de aansluiting op riolering of ventilatie die extra werk vereist, en de kosten van een accountant of boekhouder voor de opstart van de administratie.
Ook personeelskosten horen hier thuis. Als je medewerkers al voor de opening inwerkt of trainingen geeft, maak je loonkosten zonder dat er nog omzet tegenover staat. Dat telt mee in je werkkapitaalbehoefte.
Hoe houd je de startkosten beheersbaar?
Een paar keuzes maken een groot verschil. Tweedehands keukenapparatuur kopen in plaats van nieuw scheelt al snel €10.000 tot €20.000. Een pand overnemen dat al als horecazaak is ingericht, bespaart op verbouwingskosten en vergunningstrajecten. En klein starten (minder couverts, een beperkt menu) verlaagt zowel de investeringskosten als het risico in de beginperiode.
Een gedetailleerde begroting, bij voorkeur opgesteld met een horeca-adviseur of boekhouder die de sector kent, is geen luxe maar een noodzaak. Wie zonder goede cijfers begint, loopt het risico dat het geld op is voordat de zaak echt draait. De horeca heeft van alle sectoren een van de hoogste stopperspercentages in de eerste twee jaar, en financiële onderschatting is daarin een veelgenoemde oorzaak.
Een eigen restaurant beginnen is haalbaar, ook zonder een enorm startkapitaal, maar vraagt wel om een eerlijk en volledig beeld van wat het kost. Tel alle posten op, voeg een financiële buffer toe van minimaal tien tot vijftien procent voor onverwachte tegenvallers, en ga dan pas op zoek naar financiering. Zo kom je niet voor verrassingen te staan als de opening eindelijk is bereikt.