Subsidies voor duurzaam ondernemen: welke regelingen bestaan er en hoe vraag je ze aan?

Als ondernemer die wil verduurzamen, hoef je de kosten niet alleen te dragen. Er zijn subsidies voor duurzaam ondernemen beschikbaar vanuit drie lagen: de gemeente, de provincie en de rijksoverheid. Denk aan bijdragen voor zonnepanelen, energiebesparende maatregelen, elektrisch vervoer of circulaire productie. Hieronder lees je welke regelingen er zijn, wat ze opleveren en waar je op moet letten.

Drie niveaus van subsidies voor duurzaam ondernemen

De financiële steun voor verduurzaming van bedrijven komt uit drie richtingen. Gemeente, provincie en rijksoverheid hebben elk eigen regelingen, en ze zijn soms te combineren. Dat vraagt om een goede voorbereiding, maar levert wel meer op.

Op gemeentelijk niveau biedt bijvoorbeeld de gemeente Den Haag een overzichtspagina met lokale subsidies en gunstige leningen speciaal voor ondernemers. Niet elke gemeente heeft hetzelfde aanbod, dus het loont om de website van jouw gemeente goed te bekijken. Provincies vullen dit aan met eigen fondsen, vaak gericht op regionale economische verduurzaming of innovatie. De rijksoverheid biedt de grootste en meest bekende regelingen.

De belangrijkste landelijke regelingen op een rij

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert de meeste nationale subsidieregelingen voor duurzaam ondernemen. Dit zijn de bekendste:

  • SDE++ (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie): een subsidie voor het opwekken van duurzame energie, zoals zonne-energie, windenergie of warmtepompen. Bedoeld voor bedrijven die energie produceren en terugleveren.
  • ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing): een tegemoetkoming voor kleinere bedrijven die investeren in warmtepompen of zonneboilers. De hoogte hangt af van het geïnstalleerde systeem.
  • EIA (Energie-investeringsaftrek): geen subsidie, maar een fiscaal voordeel. Je mag een deel van de investering in energiezuinige bedrijfsmiddelen aftrekken van de winst. In 2024 bedroeg de aftrek 45,5% van het investeringsbedrag. Controleer het actuele percentage bij de RVO, want dit kan jaarlijks veranderen.
  • MIA en Vamil (Milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen): fiscale voordelen voor milieuvriendelijke investeringen, zoals elektrische bedrijfsvoertuigen of duurzame machines. MIA kan oplopen tot 45% aftrek op het investeringsbedrag, afhankelijk van de categorie.
  • Groenfinanciering: geen subsidie, maar een gunstige lening via erkende groenfondsen. Rente ligt doorgaans lager dan bij een reguliere zakelijke lening.

Subsidies voor specifieke sectoren

Naast de algemene regelingen zijn er sectorgerichte subsidiemogelijkheden. Voor de bouw en vastgoedsector bestaat de subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen (SVOH), maar er zijn ook regelingen voor bedrijfspanden. In de agrarische sector zijn er subsidies via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en de Regeling groenprojecten. Vervoersbedrijven kunnen aanspraak maken op subsidies voor elektrische bestelauto’s of vrachtauto’s.

Voor innovatieve duurzame projecten is de Innovatiekredieten of de Subsidieregeling Innovatieve Zeescheepvaart (SIZ) interessant, afhankelijk van de sector. Kijk bij RVO altijd of er een regeling bestaat die specifiek bij jouw bedrijfsactiviteit past.

Gunstige leningen als alternatief of aanvulling

Kom je niet in aanmerking voor een subsidie, of dekt de subsidie de kosten maar gedeeltelijk? Dan zijn er ook gunstige leningen. Het Groeifonds en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) bieden soms leningen met lage rente voor verduurzaming. Gemeenten en provincies hebben vaak eigen leenfaciliteiten voor lokale ondernemers. Deze leningen zijn geen gratis geld, maar de rentelasten zijn lager dan bij een gewone banklening.

Hoe vraag je subsidie voor duurzaam ondernemen aan?

Het aanvragen van subsidies vraagt voorbereiding. Dit is een praktisch stappenplan:

  • Stap 1: Bepaal welke investering je wilt doen en zoek via RVO.nl welke regelingen daarvoor gelden.
  • Stap 2: Controleer ook de website van jouw gemeente en provincie op aanvullende regelingen.
  • Stap 3: Let op de aanvraagtermijnen. Sommige subsidies (zoals de SDE++) werken met openstellingsperiodes. Mis je de deadline, dan wacht je een jaar.
  • Stap 4: Vraag de subsidie aan vóórdat je de investering doet. Bij de meeste regelingen mag de investering nog niet gestart zijn op het moment van aanvraag.
  • Stap 5: Bewaar alle facturen, offertes en bewijsstukken. Die heb je nodig bij de verantwoording achteraf.

Waar je op moet letten bij subsidies voor duurzaam ondernemen

Subsidies combineren mag vaak, maar er gelden cumulatieregels. Je mag soms niet meer dan een bepaald percentage van de investering vergoed krijgen in totaal. Check dit altijd bij de betreffende regelingen. Let ook op staatssteunregels: grotere bedrijven lopen vaker tegen Europese staatsteunplafonds aan.

Verder veranderen subsidies elk jaar. Percentages worden aangepast, regelingen lopen af of krijgen een nieuw jasje. Een regeling die in 2024 bestond, is in 2026 mogelijk gewijzigd of vervangen. Verifieer altijd de actuele voorwaarden via RVO.nl of de website van jouw gemeente voor je een investering plant.

Tot slot: schakel bij grotere investeringen een subsidieadviseur of accountant in die ervaring heeft met deze regelingen. De aanvraagprocedure is soms tijdrovend, en een fout in de aanvraag kan betekenen dat je de subsidie misloopt. De kosten van advies vallen in dat geval snel weg tegen het voordeel dat je ontvangt.