Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen: wat houdt het in?
De wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen verplicht Nederlandse bedrijven om schendingen van mensenrechten en milieuschade in hun internationale waardeketens op te sporen, te voorkomen en aan te pakken. Het gaat om een initiatiefwetsvoorstel dat in de Tweede Kamer is ingediend (dossiernummer 35761) en regels stelt voor gepaste zorgvuldigheid, ook wel bekend als “due diligence”. Kort gezegd: je mag als bedrijf niet wegkijken als leveranciers of zakenpartners in het buitenland mensenrechten schenden of het milieu beschadigen.
Het wetsvoorstel sluit aan bij een bredere Europese beweging rondom maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toch is de Nederlandse wet specifiek gericht op het vastleggen van concrete verplichtingen voor bedrijven die internationaal actief zijn, verder dan alleen vrijwillige gedragscodes of rapportageverplichtingen.
Wat regelt de wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen precies?
De kern van de wet is de zorgvuldigheidsplicht voor waardeketens. Dat betekent dat bedrijven verplicht worden om in kaart te brengen welke risico’s er in hun keten bestaan op het gebied van mensenrechten en milieu. Denk aan kinderarbeid bij een toeleverancier in een lagelondenland, of milieuschade door een fabrikant van grondstoffen. Alleen in kaart brengen is niet genoeg: bedrijven moeten ook actie ondernemen om die risico’s te verminderen of te stoppen.
De wet schrijft voor dat bedrijven een beleid opstellen, risico’s identificeren, maatregelen nemen, de resultaten monitoren en hierover rapporteren. Dit stappenplan is gebaseerd op de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s), twee internationaal erkende standaarden.
Voor welke bedrijven geldt de wet?
De wet richt zich op bedrijven die internationaal ondernemen en goederen of diensten afnemen van partijen buiten Nederland. In de praktijk zijn dat vooral middelgrote en grote ondernemingen, maar de precieze drempelwaarden (qua omzet of aantal werknemers) zijn onderdeel van de wetgevingsdiscussie. Kleinere bedrijven kunnen indirect te maken krijgen met de wet, namelijk als toeleverancier van een grotere partij die onder de wet valt en verplicht is om ook háár keten te screenen.
Sectoren als textiel, voedsel, elektronica en grondstoffen staan traditioneel het meest in de schijnwerpers bij dit soort wetgeving, omdat de productieketens in die branches vaak lang zijn en deels plaatsvinden in landen met zwakkere arbeids- of milieuwetgeving.
Verplichtingen in de praktijk: wat moet je doen?
- Risicoanalyse uitvoeren: breng in kaart waar in je keten risico’s op mensenrechtenschendingen of milieuschade bestaan.
- Beleid opstellen: formuleer een duidelijk beleid over hoe je omgaat met die risico’s.
- Maatregelen nemen: onderneem concrete stappen om risico’s te beperken, zoals contractuele afspraken met leveranciers, audits of het beëindigen van een zakelijke relatie bij aanhoudende schendingen.
- Klachtenmechanisme inrichten: zorg dat betrokkenen (zoals werknemers in de keten) misstanden kunnen melden.
- Rapporteren: leg je bevindingen en acties vast en maak die openbaar.
Dit zijn geen eenmalige stappen, maar een doorlopend proces. De wet verwacht dat je jaarlijks je risico’s herbeoordeelt en je beleid aanpast als de situatie verandert.
Relatie met de Europese CSRD en CSDDD
De Nederlandse wet loopt parallel aan twee Europese ontwikkelingen. De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht grotere bedrijven tot uitgebreide duurzaamheidsrapportages. De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) verplicht Europese bedrijven tot vergelijkbare zorgvuldigheidsverplichtingen als de Nederlandse wet nastreeft. Die Europese richtlijn is in 2024 aangenomen en lidstaten moeten die omzetten in nationale wetgeving.
Het Nederlandse initiatiefwetsvoorstel liep vooruit op die Europese richtlijn. Nu de CSDDD er is, zal de definitieve Nederlandse wetgeving naar verwachting deels samenvallen met of worden afgestemd op de Europese implementatieverplichtingen. Bedrijven die nu al werken aan hun due diligence-proces, lopen dus voor op zowel de nationale als de Europese vereisten.
Handhaving en aansprakelijkheid
Een belangrijk onderdeel van de wet is de handhaving. Als een bedrijf zijn zorgvuldigheidsplicht niet nakomt en daardoor schade ontstaat, kan het aansprakelijk worden gesteld. Dat is een wezenlijk verschil met vrijwillige codes: de wet geeft gedupeerden (of hun vertegenwoordigers) een juridische basis om een bedrijf ter verantwoording te roepen.
Toezicht op de naleving is voorzien via een toezichthoudende autoriteit, maar de precieze invulling daarvan is nog onderwerp van discussie in het wetgevingsproces. Boetes of andere sancties bij overtredingen zijn onderdeel van de handhavingssystematiek, maar exacte bedragen zijn op het moment van schrijven nog niet definitief vastgesteld.
Veelgestelde vragen
Is de wet al in werking getreden?
Nee, het betreft een initiatiefwetsvoorstel dat in behandeling is bij de Tweede Kamer. De definitieve inwerkingtreding hangt mede af van de afstemming met Europese wetgeving, met name de CSDDD.
Wat is het verschil met de OESO-richtlijnen?
De OESO-richtlijnen zijn vrijwillig. De wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen maakt naleving juridisch verplicht en introduceert aansprakelijkheid bij schade.
Moeten kleine bedrijven ook iets doen?
Direct waarschijnlijk niet, maar indirect wel. Grote bedrijven die onder de wet vallen, zullen eisen stellen aan hun toeleveranciers, ook als die klein zijn. Het is verstandig om je als kleinere ondernemer alvast te oriënteren op wat afnemers van je verwachten.
Wat zijn de risico’s als je niets doet?
Naast juridische aansprakelijkheid loop je reputatieschade op als misstanden in je keten aan het licht komen. Investeerders, klanten en partners letten steeds vaker op duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Wil je als bedrijf voorbereid zijn op de wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen, dan is het raadzaam nu al te beginnen met een risicoanalyse van je keten. De OESO heeft een praktische handreiking gepubliceerd voor sectorspecifieke due diligence die als vertrekpunt dient, en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) biedt ook informatie en ondersteuning voor bedrijven die aan de slag willen.