Ziekteverzuim in de horeca: oorzaken, cijfers en wat je eraan kunt doen
Het ziekteverzuim in de horeca ligt structureel lager dan in veel andere sectoren. Volgens het CBS bleef het verzuim in de horeca ook in 2026 relatief beperkt, al staat de sector voor duidelijke uitdagingen op het gebied van gezond werken. Dat lage percentage klinkt positief, maar heeft ook een keerzijde: in een sector waar veel mensen in deeltijd werken, onregelmatig roosteren en flexibele contracten de norm zijn, melden werknemers zich minder snel ziek dan elders.
Voor horecaondernemers is inzicht in verzuim waardevol. Wie begrijpt waarom mensen uitvallen en hoe je dat voorkomt, houdt zijn team op de been in een sector waar elke medewerker telt.
Hoe hoog is het ziekteverzuim in de horeca?
Het CBS publiceert jaarlijks cijfers over ziekteverzuim per sector. In 2026 bleef het verzuim in de horeca aan de lage kant vergeleken met sectoren als de zorg, het onderwijs of de industrie. De landbouw had met 3,3 procent het laagste verzuim; de horeca zat daar niet ver vandaan. Dit is al jaren een herkenbaar patroon: horecamedewerkers melden zich minder snel ziek dan gemiddeld in Nederland.
Dat hoeft niet te betekenen dat iedereen gezonder is. Een deel van de verklaring zit in de arbeidscontracten. Wie een nuluren- of oproepcontract heeft, krijgt bij ziekte geen loon doorbetaald en meldt zich daarom vaker niet ziek, maar belt simpelweg af of werkt door met klachten. Dat noem je presenteïsme: wel aanwezig zijn, maar niet op volle kracht. Op termijn kan dat juist tot langdurig verzuim leiden.
Waarom valt personeel in de horeca uit?
De meest voorkomende oorzaken van verzuim in de horeca zijn fysiek en mentaal van aard. De sector vraagt veel van het lichaam: lange diensten, veel staan, tillen, warme keukens en het werken in avonden en weekenden. Klachten aan rug, schouders, knieën en voeten komen regelmatig voor, net als uitputting door wisselende diensten die de nachtrust verstoren.
Mentale belasting speelt ook een grote rol. Hoge werkdruk in piekseizoenen, moeilijke klanten, personeelstekort en de combinatie van werk en privé door afwijkende werktijden kunnen leiden tot stress en op den duur tot burn-outklachten. Jongere medewerkers, die in de horeca oververtegenwoordigd zijn, denken soms dat ze dit kunnen wegwerken, maar ook bij hen stapelen klachten zich op.
- Fysieke klachten: rug, gewrichten, voeten door langdurig staan en tillen
- Mentale klachten: werkdruk, onregelmatige diensten, onderbezetting
- Presenteïsme: doorwerken met klachten door financiële druk of contractvorm
- Korte hersteltijd: weinig rustdagen tussen diensten door
De rol van flexibele contracten bij verzuimcijfers
In de horeca werkt een groot deel van het personeel op een flexibel contract, denk aan oproepkrachten, uitzendkrachten en studenten. Deze groep meldt zich statistisch gezien minder snel ziek, omdat er geen loondoorbetalingsplicht geldt bij ziekte. Dat drukt het officiële verzuimcijfer, maar het lost het onderliggende probleem niet op. Medewerkers die ziek doorwerken presteren minder goed, maken sneller fouten en hebben een grotere kans op langdurige uitval later.
Voor werkgevers is het goed om dit onderscheid te kennen. Een laag verzuimpercentage in je zaak kan kloppen, maar kan ook betekenen dat mensen te lang doorlopen met klachten. Regelmatig doorvragen naar hoe het gaat, ook bij flexkrachten, helpt om dit vroeg te signaleren.
Wat kun je als horecaondernemer doen om verzuim te verlagen?
Preventie is effectiever dan verzuim achteraf aanpakken. Een paar concrete maatregelen die in de praktijk werken:
- Zorg voor goede roosterplanning. Wissel zware en lichtere diensten af en bouw voldoende rust in. Wetgeving (Arbeidstijdenwet) stelt minimumgrenzen, maar je kunt verder gaan dan het minimum.
- Let op fysieke werkomstandigheden. Antislipschoenen, goed ergonomisch keukengerei en een aanpasbare werkplek verlagen de kans op fysieke klachten merkbaar.
- Spreek vroegtijdig met medewerkers. Wie al bij de eerste signalen van stress of klachten een gesprek heeft, voorkomt dat iemand maanden later uitvalt.
- Maak ziekte bespreekbaar. In een cultuur waar doorwerken als norm geldt, voelen mensen zich niet vrij om zich ziek te melden. Dat veranderen begint bij jou als leidinggevende.
- Sluit aan bij de Arbodienst of bedrijfsarts. Bij ziekte langer dan zes weken geldt een wettelijk re-integratietraject. Een goede arbodienst helpt ook bij preventie.
Kosten van verzuim in de horeca
Verzuim kost geld, ook in de horeca. Een zieke medewerker met een vast contract leidt tot loondoorbetalingsverplichtingen, kosten voor vervanging en productieverlies op drukke momenten. Naar schatting kosten de eerste twee ziektejaren een werkgever al snel duizenden euro’s per medewerker, afhankelijk van het salaris en de vervanging die nodig is. Exacte bedragen voor de horecasector specifiek zijn moeilijk los te koppelen van landelijke cijfers, maar de principes zijn gelijk aan die in andere sectoren.
Preventie is vrijwel altijd goedkoper dan verzuim opvangen. Eén maand uitval van een ervaren medewerker in een drukke periode kan meer kosten dan een jaar lang investeren in betere roosters, goede schoenen of een gesprek met de bedrijfsarts.
Verzuim terugdringen: praktisch beginnen
Je hoeft niet meteen een volledig verzuimbeleid op papier te hebben om aan de slag te gaan. Begin met de basis: bijhouden hoeveel mensen zich ziek melden, wanneer en hoe lang. Kijk of er patronen zijn, dezelfde dag van de week, dezelfde functie, na drukke periodes. Die informatie geeft al richting. Bespreek vervolgens met je team wat er beter kan. Medewerkers in de horeca weten zelf goed waar de pijn zit; luisteren is al een groot deel van de oplossing.
Ziekteverzuim in de horeca blijft een onderwerp dat aandacht verdient, juist omdat de officiële cijfers laag lijken maar de werkelijkheid genuanceerder is. Wie investeert in een gezonde werkomgeving, houdt zijn personeel langer en gezonder aan boord en dat telt dubbel in een sector met structurele krapte op de arbeidsmarkt.